moved by movies

Wat doet film met mensen en wat doen mensen met film?

projector

 

 

 

 

 

Het verduisterde theater, het verlichte grote scherm, de plaats van de projector achter de kijker, de technische uitrusting, filmische hulpmiddelen en de onbewuste/bewuste projecties en processen van de kijker brengen hem of haar in een ‘droomstaat’ …

film kijken

Bewegende beelden creëren een transitionele ruimte voor de menselijke geest en bezitten de capaciteit de toeschouwer van het werkelijke leven naar fictie en weer terug naar het werkelijke leven te bewegen en het individu te helpen met het voortdurende proces van transformatie van het zelf, dealend met wie je bent en wie je zou willen zijn (Axelson 2008).

In filmstudies wordt onderscheid gemaakt tussen sujet en fabula. Sujet is de input afkomstig uit de film, fabula is de constructie van het verhaal. Dit onderscheid accentueert het belangrijke gezichtspunt dat toeschouwers actief betekenis geven. Wij als publiek creëren de fabula in onze mind, geven invulling aan de plot en vormen zo het volledige verhaal op basis van aanwijzingen vanuit het sujet.

Het totale verhaal wordt geconstrueerd op basis van verschillende schema’s en cognitieve kaarten, waarbij de input van de film en de stijl interacteren om zo de constructie van de fabula van de toeschouwer invulling te geven.

 zaal

Socioloog Thomas Axelson doet studie en empirisch onderzoek naar hoe film mensen kan raken, hoe mensen geïnspireerd worden door film, welke processen zich afspelen tijdens het film kijken en wat film doet met het zelf. Hoe werkt film kijken?

Axelson maakt gebruik van de schema-theorie en noemt zes schema categorieën als cognitieve basisstructuren waarmee mensen fictieve verhalen begrijpen:                                                                                                                    1. Persoon schema                                                                                                                 2. Rol schema                                                                                                                           3. Zelf schema                                                                                                                         4. Gebeurtenis schema                                                                                                       5. Scene schema                                                                                                                     6. Verhaal schema                                                                                     Persoon schema’s organiseren onze kennis van mensen en hun eigenschappen. Rol schema’s organiseren onze verwachtingen van personen met specifieke rollen en posities in de maatschappij en van hun gedrag in verschillende situaties. Zelf schema’s organiseren onze overwegingen van onszelf als persoon met specifieke eigenschappen, zowel kwaliteiten en mogelijkheden als zwakke punten. We hebben ook ideeën over welke dimensies we beschouwen als typisch en belangrijk voor ons zelfbeeld. Gebeurtenis schema’s organiseren opvattingen over opeenvolging van gebeurtenissen en hoe dingen gewoonlijk gaan in het leven. Scene schema’s representeren plaatsen, de kamers en straten en gebouwen waar onze dagelijkse routines plaatsvinden. Verhaal schema’s bevatten een set verwachtingen over de manier waarop verschillende soorten verhalen gaan.

moved by movies

Axelson ontwikkelt en gebruikt een theoretisch model waarmee hij film kijken en betekenisgeving interpreteert. Het model is als volgt te begrijpen: De sujet is de input op het scherm. De toeschouwer wordt betrokken in een interpretatief proces, waarbij mogelijk existentiële zaken worden verwerkt door mogelijke schema structuren die de constructie van het verhaal in het hoofd van de toeschouwer opbouwen en het verhaal testen op betekenis voor het echte leven. 

In zijn analyse van de interviews aan studenten stelt Axelson drie hoofdvragen: Welke existentiële zaken worden geactualiseerd in de gekozen favoriete film? Door welke schema categorieën zijn de zaken verwerkt? Welke verwijzingen zijn gemaakt tussen het fictieve intra-tekstuele verhaal van de film en iemands extra-tekstuele leven?

Tijdens het samenvatten van de interviews werd duidelijk dat sommige existentiële zaken overheersen. Zowel vragen over welke morele principes je leven begeleiden en welke verantwoordelijkheid mensen hebben jegens elkaar als kwesties van individueel doel in het leven en de overkoepelende vraag van de zin van het leven waren aanwezig in veel interviews.  Door de analytische vraag samen te vatten en te beoordelen door welke schemastructuren de verhalen werden verwerkt, ontdekte Axelson dat de meeste schemastructuren tot op zekere hoogte gebruikt werden als groep, maar dat er een duidelijke nadruk lag op een combinatie van twee belangrijke cognitieve structuren bij het verwerken van deze existentiële kwesties: een persoon schema en een zelf schema.

filmzaal

Gedetailleerde cognitieve schematische persoonlijke processen over fictieve karakters op het scherm en hun rolmodel gedrag worden gecombineerd met de eigen karakters van de toeschouwers via dynamische kruisverbanden tot gedetailleerde schematische zelf introspecties, gerelateerd aan existentiële kwesties op heel specifieke momenten in hun leven. De individuen blijken erg creatief te zijn in het construeren van betekenissen op verschillende niveaus op een onvoorspelbare manier. Cultureel ingebedde waarden lijken tot uitdrukking te komen in film en worden een bron voor persoonlijke waardesystemen en cognitieve morele kaders op individueel niveau. 

Alexon benadrukt de doorlopende fusie van affect en cognitie bij het verklaren van het diep bewogen raken door een filmscène en wanneer het verhaal een diepe impact heeft op de toeschouwer. Hij noemt deze gemoedstoestand emotionele binding (emotional condensation).

Film kijken beïnvloedt denken en gedrag.

In bepaalde film momenten van emotionele binding worden toeschouwers geabsorbeerd door het verhaal – de intra tekst. Tegelijkertijd zijn zij diep betrokken bij de extra-tekst verwijzingen, en testen zij het verhaal op grotere betekenis op een idiosyncratische en persoonlijke manier, dealend met hun eigen specifieke conflicten en aspiraties in het leven en tonen zij ook een normatieve kritische reactie op de huidige cultuur en ontwikkeling in de wereld (Axelson 2013).

Filmische vertellingen, overvloedig beschikbaar in de moderne media samenleving, ingebed in het alledaagse leven, geven het publiek verhalen met een potentieel voor normatieve kritiek en voor dromen over het leven en over de wereld zoals die zou kunnen zijn.

Alexon concludeert dat er binnen de literatuur over film en diepgaande betekenisgeving een aantal winstgevende concepten voorgesteld worden  die het complexe samenspel omvatten tussen affect, cognitie en emotie, als individuen reageren op fictieve verhalen en specifieke momenten in fictie film. Zelf pleit Thomas Axelson als resultaat van zijn onderzoek in een zoektocht naar een bruikbaar concept om voorbeelden van diepgaande en intensieve emotionele interpretatie van specifieke momenten in fictie film te begrijpen voor het begrip thick viewing, ‘dik kijken’.