Tag Archives: het lichaam

het SCHERM

het scherm

Welke vraag je ook hebt je kunt hem stellen via film. Film is alles, er bestaat een één op één relatie tussen leven en beeld

Patricia Pister hoogleraar filmwetenschappen aan de UvA.

 

Gilles Deleuze, een postmoderne cultuurfilosoof, maakt onderscheid tussen bewegingsbeeld en tijdsbeeld. In het bewegingsbeeld staat het heden centraal, in het tijdsbeeld het verleden en nu in Pister’s neurobeeld juist toekomstscenario’s.

Het bewegingsbeeld was de eerste manier van film. Dit is het klassieke Hollywoodgenre van voor de Tweede Wereldoorlog. Personages hebben hierin de mogelijkheid tot actie en handelen. Na de oorlog is dit veranderd in tijdsbeeld, waarbij handelen nauwelijks mogelijk is. Film wordt hier gekenmerkt door trauma’s. Het virtuele oftewel de herinneringsbeelden komen hier tevoorschijn. Er verschijnen allerlei lagen uit het verleden, waardoor film niet meer zo lineair is als in het bewegingsbeeld, het verleden en heden lopen door elkaar. De hersenen zijn belangrijk om dit tijdsbeeld te kunnen begrijpen.

“De hersenen zijn het scherm” formuleert Deleuze.                                       Deleuze wees erop dat het hedendaagse hersenonderzoek een wetenschapsgebied is wat vruchtbare principes biedt om film mee te analyseren. Binnen de filmwetenschappen is de film altijd vanuit het oog bekeken – ‘the gaze’- de blik, zegt Patricia Pister, maar het oog is niet het enige zintuig waarmee we film ervaren en het beeld is niet alleen een afspiegeling. Beelden bezitten kracht en het lichaam speelt een rol bij de ervaring van films.

Een interessant voorbeeld uit de neurowetenschappen zijn de spiegelneuronen. Ze bieden een materiële basis om de kracht van het filmbeeld op een nieuwe manier te onderzoeken. Ze zijn interessant als je wilt nadenken over hoe wij mee kunnen leven met de hoofdpersoon op het filmdoek. Als je van spiegelneuronen uitgaat is de ervaring direct en hoef je helemaal niet bewust na te denken om je in te leven. Beelden doen direct iets in onze hersenen, er is een directe wisselwerking tussen het beeld en de hersenen.  Affectiebeelden brengen direct affecties teweeg . De neuronen die emoties veroorzaken gaan afvuren op het moment dat we iets zien, er is een directe relatie tussen beelden die ons iets doen en onze hersenen. 

Waar is het scherm?

Zit het scherm in de werkelijkheid en in de beeldwerkelijkheid, of zit het in ons hoofd?                                                                                                                 Het antwoord ligt ergens in het midden zegt Patricia Pisters, het is ergens op het moment waar beelden tot ons komen en de beelden in ons hoofd resoneren en dat kan bij verschillende mensen op heel veel verschillende manieren gebeuren.                                                                   Daar in dat tussengebied, op dat membraan, daar is het scherm.               Ook neurowetenschappes zijn daar langzamerhand in geïnteresseerd.

Patricia Pisters introduceert het neurobeeld in haar boek ‘The neuro-Image: A Deleuzian Film-Phylosophy of Digital Screen Culture’  en schrijft dat we terecht zijn gekomen in een nieuw Cinema-tijdperk dat uitdrukking geeft aan de vragen en gevoelens die het leven in de eenentwintigste eeuw typeren.

Het neurobeeld kan ook gelezen worden als kritiek op het succesverhaal dat ons door het kapitalisme en liberalisme in de schoenen is geschoven. je kunt spreken van een ‘Cinemania’ betoogt Pisters. Succes is iets wat je waar moet maken. Je moet de beste zijn of je bent niets, daar ga je aan onderdoor. Het neurobeeld maakt ruimte voor mensen met al hun zwakheden. Er is niet meer één verhaal, van hoe de wereld in elkaar zit. Personages worden nu veel psychologisch-completer neergezet, inclusief twijfels, angsten en de wil om te slagen in het leven. De hedendaagse cinema brengt ook steeds vaker letterlijk onze hersenen en mentale processen in beeld. De films van het nieuwe type cinema gaan veel meer over het mentale proces van het scheppen van verhalen, waarbij er steeds meer erkend wordt dat in onze hersenen feit en fictie onvoorspelbare verbindingen met elkaar aangaan. De hedendaagse film maakt gebruik van een nieuwe manier van vertellen die uitgaat van steeds complexere verwevenheid van feit en fictie als een elementair kenmerk van ons zijn en denken, dat steeds fundamenteler met vele beeldschermen is verbonden.