Tag Archives: waarnemer

spiegel

Ik heb een tijd gehad dat ik niet graag in de spiegel keek en die ook ging vermijden. Als bescherming. Ik wilde er niet mee bezig zijn, met hoe ik er uit zag, dat hielp me niet. In de stad was het lastig, daar zijn er veel, in winkels en ook de etalageruiten spiegelen als een gek. Het spiegelbeeld klopte vaak niet met hoe ik dacht er uit te zien. Zodra mijn blik het spiegelbeeld raakte veranderde mijn gezicht. Mijn ogen gingen wijder open en mijn blik leek te gefixeerd, waardoor mijn gezicht veranderde in bang of boos. Niet het onderzoekende gezicht dat ik dacht te hebben. Ik koos voor mijn eigen voorstelling en liet de spiegels links liggen voor zover mogelijk. ik wilde zonder kunnen. Zodra je minder in de spiegel kijkt, of helemaal niet, vergeet je hoe de ander je eventueel ziet, als-ie je ziet en loop je anders door de wereld. Ik zag alleen nog stukjes van mezelf en die waren wel leuk, daar kon ik mee leven. En sommige gedeelten zag ik niet, maar voelde die des te meer. Mijn schaduw werd mijn vriend. Die vond ik bijna altijd OK.

Lacan schreef de theorie van het spiegelstadium.

In zijn boek The real gaze, filmtheory after Lacan, schrijft Todd Mc Gowan er over:

The Real Gaze Todd Mc Gowan

 in the mirrorstage essay, Lacan stresses the illusory nature of the mastery that the child does not have in reality…

In  het spiegelstadium essay, benadrukt Lacan de illusoire natuur van het meesterschap dat het kind in werkelijkheid nog niet heeft. Volgens de vroege Lacaniaanse film theoretici, bewoont de toeschouwer de positie van het kind wat in de spiegel kijkt. Net als het kind ontleent de toeschouwer een gevoel van meesterschap aan de positie die zij/hij inneemt in relatie tot de gebeurtenissen op het scherm.

Todd Mc Gowan haalt Christian Metz aan die zegt in zijn werk The Imaginary Signifier : de toeschouwer is afwezig op het scherm als waargenomene, maar is tegelijk ook daar, zelfs “geheel aanwezig” als waarnemer. Op elk moment ben ik in de film door de streling van mijn blik (my look’s caress). Dit afwezig zijn, niet waargenomen worden en tegelijk aanwezig zijn als waarnemer geeft de toeschouwer de mogelijkheid te ontsnappen aan het gevoel van echte afwezigheid dat het leven buiten de bioscoop kenmerkt.

Voor Metz stelt de filmische ervaring de toeschouwer in staat het gevoel van gemis te overwinnen dat we simpelweg houden door als subject te bestaan in de wereld. Deze ervaring geeft een volledig imaginair genot, het herhaalt het plezier van het spiegelstadium.

Todd Mc Gowan legt uit dat Lacan stelt dat kinderen hun eerste gevoel van eigen identiteit verwerven (de vorming van het ego) met betrekking tot hun lichaam, door de ervaring van het in de spiegel kijken. Voor Lacan vangt deze ervaring metafysisch een stadium in de ontwikkeling van het kind als het kind op een meesterschap van het lichaam anticipeert die het in werkelijkheid ontbeert. Het gefragmenteerde lichaam van het kind wordt dankzij de manier waarop het spiegelbeeld wordt gelezen een geheel. Het ideaal van het lichaam als een eenheid waaruit het kind tevoorschijn komt als de illusie die geproduceerd wordt door de ervaring van het spiegelen. Hoewel de spiegel eenvoudig een beeld terug geeft van wat het kind werkelijk doet, misleidt de gespiegelde ervaring voor zover die het lichaam presenteert door een coherent beeld te geven.

Volgens vroege Lacaniaanse film theoretici als Metz en Baudrey is cinema als het spiegelstadium. De cinema leidt de toeschouwer naar zelf bedrog. Zoals Lacan het bedenkt, schrijft Mc Gowan, geeft het imaginaire een illusie van volledigheid van onszelf en van wat we waarnemen. 

Zonder spiegel maar met film zie ik mezelf als geheel… hou ik daarom zo van film kijken?

Victor Kossakovsky filmde het spiegelstadium van zijn zoon. Lang hield hij zijn kind bij de spiegel vandaan tot hij zo’n anderhalf was. Een confrontatie met de spiegel, gefilmd door een filmer die tegelijk vader is en iemand die nadenkt over film.

spiegel Victor Kossakovsky

spiegel Victor Kossakovsky 3printscreens van IDFA 2012/Masterclass/Victor Kossakovsky

Toen ik zelf kinderen kreeg had ik niet veel spiegels in huis. Wel een grote verplaatsbare, die we gebruikten bij haar knippen. Ik herinner me de foto’s die er zijn van mijn dochter met haar vader, elkaar spiegelend en van mijn dochter met mij, eerst met afwachtende blik en vlak daarna bijna de spiegel in springend, de wereld in…

spiegel 1

spiegel 2

spiegel 3